Is bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor verdwenen stichtingsgeld?
Een stichting stortte € 58.936,31 op een noodrekening die door een van haar bestuurders was geopend. Het geld was bestemd voor betalingen van de stichting en een tweede bestuurder zou toegang krijgen tot de rekening. Daarmee moest worden gewaarborgd dat toezicht op het beheer mogelijk bleef.
In de praktijk kwam van dat toezicht niets terecht. De tweede bestuurder kreeg geen toegang en diverse verplichtingen van de stichting bleven onbetaald. Uiteindelijk bleek het geld grotendeels te zijn verdwenen. De stichting stelde hierdoor schade te hebben geleden en wees erop dat de bestuurder had gehandeld in strijd met de statuten.
De rechtbank beschouwde de schending van een statutaire bepaling die de rechtspersoon beoogt te beschermen als een zwaarwegende omstandigheid. Omdat de bestuurder de stellingen van de stichting had erkend en daarmee kwam vast te staan dat zij geld verduisterd had van de stichting, kwam de rechtbank tot het oordeel dat hem een ernstig verwijt trof. De voormalig bestuurder werd op grond van artikel 2:9 BW veroordeeld tot betaling van € 40.364,23, vermeerderd met wettelijke rente.
De uitkomst van deze procedure zal weinig verbazing wekken. Een bestuurder die een greep uit de kas doet en stichtingsgeld verduisterd, begeeft zich duidelijk ver buiten de grenzen van een behoorlijke taakvervulling.
Deze teaser is geschreven door Tristan Ridder
Om de uitspraak te lezen klik hier.