Is kabelschade door gewone zeestroming uitgesloten als normale slijtage?
De eigenaar van een windpark voor de kust van Noordwijk heeft een allrisksschadeverzekering afgesloten. De windturbines zijn via zogenoemde inter-arraykabels met elkaar en met een offshore hoogspanningsstation verbonden. De kabels liggen grotendeels in de zeebodem. Waar zij omhooglopen naar het hoogspanningsstation, worden zij beschermd door een Cable Protection System (CPS). Dit systeem moet voorkomen dat zij door de zeewaterdynamiek te veel bewegen en beschadigd raken.
Na ongeveer zes jaar raakt een kabel defect. Uit onderzoek blijkt dat de kabel en het CPS langdurig hebben bewogen. Hierdoor zijn koperen draden in de kabel gebroken.
De eigenaar verzoekt vergoeding van de schade. De verzekeraars weigeren dekking. Volgens hen biedt de allriskspolis alleen dekking voor schade door een van buiten komend onheil. Normale zeewaterdynamiek is volgens hen niet zo’n onheil. Daarnaast beroepen zij zich op artikel 7:951 BW. Op grond daarvan is schade door de aard of een gebrek van de verzekerde zaak in beginsel niet gedekt. Ook valt de schade volgens hen onder de uitsluiting voor ‘normal and natural wear and tear’.
De eigenaar stelt dat partijen van artikel 7:951 BW zijn afgeweken. De polis sluit normale slijtage inderdaad uit, maar bevat geen uitsluiting voor eigen gebrek. Artikel 18 bepaalt bovendien dat schade als gevolg van gebreken in ontwerp, plan of specificatie wordt vergoed. De rechtbank volgt dit betoog en wijst de vorderingen toe. De verzekeraars gaan daartegen in hoger beroep.
Het hof bekrachtigt het vonnis. De polis vereist geen van buiten komend onheil. Ook staat artikel 7:951 BW niet aan dekking in de weg. Dat schade door de aard van de zaak wel is uitgesloten en schade door eigen gebrek niet, wijst erop dat partijen van deze bepaling zijn afgeweken. Artikel 18 ondersteunt die uitleg.
Ook de slijtage-uitsluiting geldt niet. Het CPS moest de kabel juist langdurig beschermen tegen normale zeewaterdynamiek. De schade na zes jaar was daarom geen onvermijdelijk gevolg van normale slijtage. Of sprake was van een ontwerpfout kan in het midden blijven.
Bij een allriskspolis kan de manier waarop de uitsluitingen zijn geformuleerd van belang zijn voor de vraag of van artikel 7:951 BW is afgeweken. Daarnaast geldt dat schade die ontstaat onder normale omstandigheden niet zonder meer als normale slijtage kan worden aangemerkt, zeker niet als een beschermingssysteem juist bedoeld is om die omstandigheden langdurig te weerstaan.
Deze teaser is geschreven door Rosanne Snoek
Om de uitspraak te lezen klik hier.