De regels over de weergave van prijsverlagingen roepen bij veel verkopers vragen op. Toezichthouder ACM heeft daarom een nieuwe leidraad gepubliceerd. Deze leidraad beantwoordt een deel van de meest voorkomende vragen, maar leidt ook tot nieuwe vragen. In deze update lees je onze belangrijkste conclusie naar aanleiding van de nieuwe leidraad van de ACM.
Hoe zat het ook alweer met ‘van-voorprijzen’?
In artikel 5a Besluit prijsaanduiding producten (Bpp) heeft de Nederlandse wetgever de regels geïmplementeerd die volgen uit de Europese richtlijn modernisering consumentenbescherming (EU 2019/2161). Deze norm ziet in de kern op reguliere prijsverlagingen waarbij een nieuwe, lagere ‘voor-prijs’ wordt vergeleken met een oudere, hogere ‘van-prijs’.
De ‘van-prijs’ moet de laagste verkoopprijs zijn die de desbetreffende verkoper in de 30 dagen voorafgaand aan de prijsverlaging heeft gehanteerd. Aanleiding voor deze regel waren nepkortingen, waarbij een prijsvoordeel kunstmatig wordt gecreëerd door de prijs eerst kort te verhogen en daarna te claimen dat de prijs flink zou zijn verlaagd. De consument moet het product dus daadwerkelijk recent voor de genoemde ‘van-prijs’ kunnen hebben gekocht.
Breder juridisch kader omtrent prijsweergaven
Een prijsverlaging die voldoet aan deze specifieke regel, is daarmee nog niet per se rechtmatig. Immers kan de prijsweergave om andere redenen alsnog kwalificeren als een misleidende handelspraktijk. Zo mag een prijsverlaging niet buitensporig lang worden weergegeven, waarbij de ACM langer dan 3 maanden sowieso buitensporig vindt.
In de praktijk wordt bovendien vaak gebruik gemaakt van prijsvergelijkingen waarbij de genoemde regel überhaupt niet geldt. Bijvoorbeeld omdat er niet met een klassieke ‘van-prijs’ wordt vergeleken, maar met een ‘adviesprijs’ of ‘meest getoonde prijs’. Het juridisch kader omtrent prijsweergaven is dus breder dan slechts artikel 5a Bpp over ‘van-voorprijzen’.
Nieuwe leidraad ACM
De ACM heeft recent haar nieuwe Leidraad prijsweergave en -vergelijkingen gepubliceerd. Aan de hand van voorbeelden van veelgebruikte prijsweergavetechnieken toont de ACM wat wél en juist niet mag. Hierbij behandelt de ACM niet alleen artikel 5a Bpp, maar het bredere juridische kader. Er is dus naast de ‘van-prijzen’ ook aandacht voor vergelijking met ‘adviesprijzen’ of ‘meestal-prijzen’. De ACM gebruikt hiervoor de verzamelterm ‘referentieprijs’.
Uit de Leidraad volgt dat bij een ‘referentieprijs’ altijd duidelijk en opvallend direct naast de prijs een permanente tekst moet worden weergegeven die uitleg geeft over wat hiermee wordt bedoeld. Zo volgt uit de voorbeelden dat het niet volstaat om bij ‘adviesprijs’ een i-icoontje te plaatsen met een link waarop geklikt kan worden voor uitleg over de gehanteerde adviesprijs. Deze uitleg moet hier namelijk permanent naast worden weergegeven.
Moet een ‘van-prijs’ altijd worden voorzien van permanente uitleg?
De ACM schaart ‘van-prijzen’ eveneens onder ‘referentieprijzen’. Daarom zou uit de Leidraad kunnen worden opgemaakt dat bij ‘van-prijzen’ altijd het volgende moet worden uitgeschreven: “Laagste prijs die hier in de afgelopen 30 dagen is gehanteerd.”
Wij hebben echter van de ACM begrepen dat dit in beginsel niet noodzakelijk is. Bij een klassieke prijsverlaging met alleen een ‘van-prijs’ en een ‘voor-prijs’ mag er dus van uit worden gegaan dat de ‘van-prijs’ de laagste prijs in de voorafgaande 30 dagen betreft. Met andere woorden, in dat geval hoeft de referentieprijs niet te worden voorzien van een permanente uitleg.
Belangrijk: dit geldt alleen zolang de prijsweergave als geheel niet misleidend kan zijn. Als naast de vergelijking tussen ‘van-prijs’ en ‘voor-prijs’ ook andere referentieprijzen (zoals een ‘adviesprijs’ of ‘meestal-prijs’) worden weergegeven, dan dient mogelijk wél de ‘van-prijs’ te worden uitgelegd.
Conclusie
De nieuwe Leidraad van de ACM biedt verkopers handvatten om te zorgen dat hun prijsweergaven voldoen aan de regels. Dit juridisch kader is wel nog volop in ontwikkeling en er blijven nieuwe creatieve oplossingen vanuit de markt komen. Daarom blijft het maatwerk en zal per geval geanalyseerd moeten worden of prijsweergaven voldoen aan de wet.