In een recente uitspraak van de Hoge Raad staat de vraag centraal of een franchisegever een franchiseovereenkomst mag opzeggen zonder een aanbod tot schadevergoeding te doen. Zo besliste Leen Bakker om een franchiseovereenkomst met een franchisenemer te beëindigen, vanwege bedrijfseconomische redenen. In de overeenkomst was bepaald dat opzegging mogelijk was als voortzetting in redelijkheid niet langer van de franchisegever kon worden verlangd. Leen Bakker besloot de overeenkomst op te zeggen zonder een schadevergoeding aan te bieden, wat leidde tot een juridische discussie over of de opzegging wel rechtmatig was.
In dit geval is de vraag of het eerlijk en redelijk is dat bij het opzeggen van het contract ook een aanbod tot schadevergoeding wordt gedaan. Ook al maakt het ontbreken van zo’n aanbod de opzegging niet ongeldig, het kan wel invloed hebben op de hoogte van de schadevergoeding die betaald moet worden. Dit geldt ook als de opzegtermijn langer is dan in het contract is afgesproken, ook dan kan er nog recht zijn op een schadevergoeding.
Hoe vrij is de franchisegever bij het beëindigen van een overeenkomst, en wanneer is het aanbieden van een schadevergoeding verplicht?
Martine de Koning bespreekt in haar annotatie, gepubliceerd in de JOR 2025/100, hoe de Hoge Raad duidelijke criteria formuleert voor het beëindigen van een franchiseovereenkomst én onder welke omstandigheden een schadevergoeding geoorloofd is. Lees de gehele annotatie via deze link. Heeft u geen toegang en wilt u meer weten? Neem dan gerust contact op met Martine de Koning.