Per 1 januari 2025 is het civiele bewijsrecht enigszins gewijzigd. Die wijzigingen zijn uiteraard ook van belang voor de schadepraktijk. Wat zal bijvoorbeeld de impact zijn van de codificatie van de steeds actievere rol van de rechter bij de waarheidsvinding? En de exhibitieplicht ‘buiten de rechter om’ klinkt ook spannend. Genoeg reden dus om je te verdiepen in wat er allemaal verandert. Isabel van Tuyll en Noor de Werd schreven hierover eerder al een uitvoerige bijdrage in het Maandblad voor Vermogensrecht en hebben de highlights nu speciaal voor u kort op een rijtje gezet.
Nadere wettelijke verankering van de ‘substantiëringsplicht’:
Met de WMB is het nu verplicht om een gedaagde in de dagvaarding te wijzen op de zogenaamde substantiëringsplicht. De substantiëringsplicht – zoals vastgelegd in artikel 21 Rv – betekent kort gezegd dat partijen hun stellingen en verweren voldoende concreet en feitelijk moeten onderbouwen. Volgens de WMB betekent dat niet alleen dat partijen de bewijsmiddelen vermelden waarover zij kunnen beschikken, maar ook waarover zij thans beschikken. Als partijen dat niet doen, dan kan de rechter daaraan consequenties verbinden.
Actieve rol van de rechter bij waarheidsvinding:
De WMB codificeert de in de praktijk steeds actievere regierol van de rechter. In het nieuwe lid 2 van artikel 24 Rv wordt neergelegd dat de rechter binnen de grenzen van de rechtsstrijd ambtshalve met partijen de grondslag van hun vorderingen mag bespreken. De situatie waar de rechter vooral op moet kunnen acteren is wanneer een partij op een bepaalde stelling doelt, maar deze niet uitdrukkelijk inneemt. Een rechter mag dan een suggestie doen en de partij mag hier in meegaan, of niet. De regel blijft echter dat de rechter slechts mag beslissen op grond van de gestelde feiten, zoals reeds vastgelegd in artikel 24 lid 1 Rv.
Verder brengt de WMB mee dat de rechter personen kan aanwijzen die als getuige worden opgeroepen en gehoord. Ook kan de rechter nu een verklaring van een partijgetuige vrij waarderen. Voorheen had een partijgetuigenverklaring beperkte bewijskracht.
Het verzamelen van bewijs door partijen:
De WMB maakt voorlopige bewijsverrichtingen uniform en efficiënter. Voor voorlopige bewijsverrichtingen, zoals een voorlopig getuigenverhoor, deskundigenbericht, plaatsopneming of bezichtiging, of een exhibitieverzoek, gaan voortaan gelijke toetsingscriteria gelden. Het wordt ook vastgelegd dat voorlopige bewijsverrichtingen worden toegewezen, tenzij een van de uitzonderingsgronden zich voordoet. Voor een exhibitieverzoek is deze ‘tenzij-formule’ nieuw.
Daarnaast kunnen partijen nu in één verzoek om meerdere bewijsverrichtingen vragen. Nieuw is ook dat zodra de hoofdprocedure loopt uitsluitend de behandelende rechter bevoegd is om kennis te nemen van een verzoek tot bewijsverrichtingen. Het is dus niet meer mogelijk om tijdens de hoofdprocedure een verzoek te doen aan een andere rechter tot een voorlopige bewijsverrichting.
Het inzagerecht:
Tot slot het inzagerecht, of ook wel de exhibitieplicht. In het nieuwe artikel 194 lid 1 Rv worden de criteria vastgelegd van de exhibitieplicht en in het tweede lid de uitzonderingen daarop. Het leeuwendeel van de wijzigingen betreft codificatie van de rechtspraak. Baanbrekend is dat het inzageverzoek niet langer als ultimum remedium zal gelden. Het nieuwe uitgangspunt is dat een inzageverzoek wordt toegewezen, tenzij zich een uitzonderingsgrond voordoet. Het is ook nieuw dat de exhibitieplicht buiten de rechter om gaat gelden.
Om te voorkomen dat het inzageverzoek illusoir wordt omdat gegevens worden vernietigd of anderszins verloren dreigen te gaan, codificeert de WMB het bewijsbeslag in het nieuwe artikel 205 Rv en geeft de WMB dwingende bewijskracht aan een zogenoemd proces-verbaal van constatering.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Met de WMB wordt geen nieuwe weg ingeslagen, maar het kan zeker worden gezien als een herijking om tot ‘de waarheid’ te komen. Met de WMB onderstreept de wetgever het belang om de waarheid zo snel mogelijk in het proces boven tafel te krijgen.
Behoefte aan verdieping? Lees dan het artikel van kantoorgenoten Isabel van Tuyll van Serooskerken en Noor de Werd in Maandblad voor Vermogensrecht, of neem contact met ons op.