Christoph heeft in eerdere bijdrages al stilgestaan bij collectieve acties in de tech-sector, waarin regelmatig schadevergoeding gevorderd wordt voor inbreuken op de AVG. Het gestelde belang van die collectieve acties is groot. Want waar schadevergoeding in het verleden op individuele basis werd gevorderd loopt de potentiële collectieve schade letterlijk in de miljarden als gevolg van vaak miljoenen gedupeerden.
In deze acties is er een hoofdrol weggelegd voor het HvJ EU arrest van 4 mei 2023 (UI/Österreichische Post). De crux daarvan is de vraag wat nu eigenlijk de daadwerkelijke immateriële schade is als gevolg van een inbreuk op de AVG. Geeft de AVG daadwerkelijk recht op vergoeding van een vast bedrag aan immateriële schade? En waaruit bestaat deze schade eigenlijk?
Inmiddels heeft het HvJ EU nog eens vier uitspraken gedaan die verschillende nieuwe invalshoeken bieden. Hierin moet het HvJ EU zich in veel bochten wringen om enerzijds de AVG uitlegtechnisch geen geweld aan te doen, maar anderzijds toch telkens te benadrukken dat er sprake van daadwerkelijke schade moet zijn. Om alvast een tipje van de sluier te lichten; zo kan de vrees van een betrokkene voor een mogelijk toekomstige misbruik van zijn persoonsgegevens door derden na de inbreuk immateriële schade opleveren, maar dient hij dit vervolgens te bewijzen. Hoe dit precies moet gebeuren, is vervolgens weer aan de nationale rechter overgelaten.
Over deze uitspraken hebben Christoph Jeloschek en Robert van Schaik opnieuw een artikel geschreven voor het Tijdschrift voor Internetrecht, hieronder te downloaden via de knop.