Per 1 januari 2026 komt er een einde aan de ‘zachte landing’. Vanaf dat moment kunnen organisaties die werken met schijnzelfstandigen weer boetes opgelegd krijgen van de Belastingdienst. Dit schrijft staatssecretaris Heijnen van Financiën in twee Kamerbrieven van 2 oktober en 6 oktober 2025. Het kabinet laat weten geen gehoor te geven aan de motie Ergin c.s. om de coulante handhavingsperiode te verlengen tot eind 2026.
Zachte landing in 2025
Zoals wij eerder hebben toegelicht in een artikel over het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2025, is de handhaving op schijnzelfstandigheid begin 2025 hervat. Hiermee kwam er een einde aan het handhavingsmoratorium. Wanneer wordt gewerkt op basis van een overeenkomst van opdracht (als zelfstandige), maar feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst, is sprake van schijnzelfstandigheid. In dat geval kan de Belastingdienst in 2025 correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen, maar nog geen boetes. Daarnaast geldt in 2025 het uitgangspunt dat de Belastingdienst in beginsel start met een bedrijfsbezoek en in beginsel kiest voor een onderzoek van het meest recente aangiftetijdvak. Deze overgangsfase, de ‘zachte landing’, moet opdrachtgevers de kans geven hun arbeidsrelaties te herzien zonder direct zware sancties te riskeren.
Geen verlenging van de zachte landing
De Tweede Kamer wilde die coulance graag verlengen tot eind 2026. In een Kamerbrief heeft staatssecretaris Heijnen echter laten weten dat het kabinet hieraan geen gehoor zal geven. Volgens de staatssecretaris zou verlenging van de zachte landing de goede inspanningen van veel organisaties stagneren en “goed gedrag” ontmoedigen. Andersom worden partijen die geen werk hebben gemaakt van de aanpak van schijnzelfstandigheid juist bevoordeeld.
Daarnaast speelt een belangrijke Europese component: het opheffen van het handhavingsmoratorium is opgenomen als mijlpaal in het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP). Het HVP is een plan van de Nederlandse regering, gefinancierd door de Europese Unie, met plannen die gericht zijn op economisch herstel na de coronacrisis en het versterken van de veerkracht van de samenleving. Volgens Heijnen zou de Europese Commissie verlenging van de zachte landing kunnen zien als het terugdraaien van een reeds behaalde mijlpaal, hetgeen als consequentie kan hebben dat de Europese Commissie een korting (oplopend tot €600 miljoen) toepast op de te ontvangen HVP-middelen.
Wat betekent dit voor opdrachtgevers?
Vanaf 1 januari 2026 zal de Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid niet alleen correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen, maar ook boetes.
De staatssecretaris benadrukt wel dat de menselijke maat en risicogerichte handhaving centraal blijven staan. Ook is van belang dat het ingroeimodel tot 2030 blijft bestaan. Correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen voor loonheffingen kunnen in principe slechts met terugwerkende kracht worden opgelegd tot 1 januari 2025, tenzij sprake is van kwaadwillendheid of als een eerder gegeven aanwijzing niet (voldoende) is opgevolgd.
Voor opdrachtgevers blijft het van belang om aan de slag te gaan met de juiste kwalificatie van arbeidsrelaties. Niet alleen vanwege de mogelijke boetes van de Belastingdienst, maar ook omdat schijnzelfstandigen - net zoals nu ook al het geval is - zelf kunnen stellen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Tot slot
Voor organisaties die regelmatig met zelfstandigen werken, is het essentieel om arbeidsrelaties en de feitelijke werkwijze kritisch te bekijken. Vanwege het eindigen van de ‘zachte landing’ worden in 2026 de risico’s verbonden aan schijnzelfstandigheid groter.
Onze specialisten hebben veel ervaring met het beoordelen van arbeidsrelaties en het bieden van mogelijke oplossingen. Heeft u vragen of wilt u uw situatie laten toetsen? Neem dan gerust contact met ons op, we helpen u graag verder.