Het gebruik van elektronische handtekeningen is de afgelopen jaren sterk toegenomen, mede door digitalisering, globalisering. Deze trend kreeg nog een extra impuls door de COVID-pandemie. Ook op Europees niveau staat digitalisering hoog op de agenda. Met de inwerkingtreding van de eIDAS 2.0-verordening op 20 mei 2024 is een nieuw kader geïntroduceerd voor digitale identiteit binnen de Europese Unie, waaronder de Europese digitale portemonnee waarmee gebruikers gekwalificeerde elektronische handtekeningen moeten kunnen aanmaken en gebruiken.
Tegelijkertijd is in de praktijk vaak onduidelijk welk type elektronische handtekening wordt gebruikt, terwijl dat juridisch van groot belang kan zijn. In sommige gevallen schrijft de wet een specifiek type voor, en in andere gevallen bepaalt de mate van betrouwbaarheid of een elektronische handtekening hetzelfde rechtsgevolg heeft als een ‘natte’ handtekening.
In dit artikel wordt daarom uiteengezet welke verschillende typen elektronische handtekeningen er zijn, hoe deze juridisch en praktisch van elkaar verschillen, en hoe rechters deze in concrete gevallen classificeren. Er wordt afgesloten met enkele aandachtspunten voor de rechtspraktijk.
Lees het volledige artikel via onderstaande knop.