In november 2024 is de Duitse beheerder van collectieve rechten GEMA een procedure begonnen tegen OpenAI. Dit is de eerste grote rechtszaak in Europa over auteursrechten in verband met generatieve AI.
In deze zaak stelde GEMA dat OpenAI de songteksten van het repertoire van haar 100.000 leden heeft gereproduceerd voor het trainen van haar Large Language Model (LLM) ChatGPT, zonder daarvoor een licentie te hebben verkregen of een vergoeding te betalen. Dit ondanks dat GEMA haar geïnformeerd had over deze verplichting. Volgens GEMA reproduceert het model originele songteksten in antwoord op simpele prompts van gebruikers, wat aantoont dat het systeem deze werken tijdens de training heeft gememoriseerd.
OpenAI verwierp GEMA’s beweringen en stelde dat haar LLM geen trainingsdata opslaat of kopieert, maar uitsluitend antwoorden genereert op basis van prompts van gebruikers. Het bedrijf stelde dat niet OpenAI, maar gebruikers verantwoordelijk zijn voor outputs en dat bij eventuele inbreuken de uitzondering voor tekst- en datamining in het EU-auteursrecht van toepassing is.
GEMA zegt in een terugblik op de zittingen dat deze zaak met prominente Duitse artiesten ‘enorm veel aandacht’ heeft getrokken.
De Regionale Rechtbank van München heeft bevestigd dat er reproductie heeft plaatsgevonden van de songteksten van negen bekende Duitse artiesten. Volgens de Rechtbank heeft de LLM deze songteksten gememoriseerd. De Rechtbank heeft de trainingsdata vergeleken met de outputs van het model. Op grond van deze vergelijking sloot de Rechtbank uit dat de reproductie het gevolg was van toeval, gezien de complexiteit en lengte van de songteksten. De Rechtbank concludeerde dat het model niet alleen maar informatie extraheerde, maar volledige kopieën van de songteksten in zijn parameters opnam.
De memorisering brengt volgens de Rechtbank met zich mee dat de songteksten in het model worden opgeslagen op een wijze die hen reproduceerbaar maakt. Dit levert een uitvoeringsvorm op, wat in het auteursrecht de basisvoorwaarde voor reproductie is. De Rechtbank oordeelde dat, in lijn met rechtspraak van het HvJEU, het feit dat het auteursrechtelijk beschermde werk kan worden waargenomen met behulp van technische middelen voldoet om te concluderen dat de songteksten binnen het model gereproduceerd worden.
De Rechtbank meent dat deze memorisering niet kwalificeert als tekst- en datamining. Ook als de wetgever bij het opstellen van de wet geen rekening had gehouden met memorisering zou dit niet onder deze uitzondering vallen. De uitzondering beoogt namelijk uitsluitend voorbereidende handelingen te dekken die de exploitatie van de werken niet verstoren en die geen inbreuk maken op de rechten van de rechthebbende. Ook andere uitzonderingen werden door de Rechtbank niet van toepassing geacht.
Tenslotte hield de Rechtbank niet de gebruikers, maar OpenAI verantwoordelijk voor de reproducties. Het is OpenAI dat de trainingsdata selecteert en de modellen traint en bestuurt. Zij is daarmee verantwoordelijk voor de architectuur van de modellen en de memorisering van trainingsdata.
Dit vonnis is nog niet definitief; de mogelijkheid van beroep staat nog open.