Sinds 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium opgeheven en handhaaft de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid. Dit brengt met zich dat er veel aandacht is voor rechtspraak rondom het kwalificeren van de arbeidsrelatie. In deze bijdrage bespreken we een recente uitspraak waarin de kantonrechter oordeelde dat de arbeidsverhouding tussen partijen niet kwalificeert als een overeenkomst van opdracht maar als een arbeidsovereenkomst. Een van de argumenten die de kantonrechter gaf was dat de werker was ingebed in de organisatie o.a. omdat hij dagelijks gezamenlijk koffie dronk met collega’s.
De feiten van de zaak
De werker is sinds 1 september 2010 werkzaam voor een bedrijf dat natuurstenen, keramische en composiet aanrecht- en werkbladen levert. Aanvankelijk werkte hij twee dagen per week, maar dit is op verzoek van het bedrijf uitgebreid naar vier dagen per week. Andere relevante omstandigheden waren dat de werker een eigen werkplek had in de fabriekshal van het bedrijf, hij gebruikmaakte van gereedschap van het bedrijf, hij bedrijfskleding droeg en dat hij gezamenlijk met de overige collega’s koffie dronk. De werker stond sinds de aanvang van de werkzaamheden als eenmanszaak ingeschreven in de Kamer van Koophandel, maar werkte sinds een aantal jaren uitsluitend voor het bedrijf. De opdrachten voor het verrichten van de werkzaamheden ontving hij van het bedrijf en niet direct van derden.
Incident
Op 13 juni 2024 heeft een incident plaatsgevonden tussen de werker en een collega. Uit de uitspraak volgt niet waar het incident over ging maar het heeft ertoe geleid dat meerdere gesprekken zijn gevoerd tussen de werker, de betrokken collega en een HR-medewerker. Op 18 juni 2024 vond een gesprek plaats waarin de werker aangaf dat hij voornemens was het incident bij de politie te melden. Dit leidde tot een escalatie waarna de werker naar huis is gegaan en de werkzaamheden niet heeft hervat. Ook kwam hij niet opdagen op een gepland vervolggesprek op 3 juli 2024. De werker claimt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst en dat hij op 18 juni 2024 niet rechtsgeldig op staande voet is ontslagen. Het bedrijf weerspreekt dat zij met betrokkene een arbeidsovereenkomst is aangegaan en stelt dat de overeenkomst gekwalificeerd wordt als een overeenkomst van opdracht. Hoe dan ook is de overeenkomst niet door haar opgezegd.
Oordeel kantonrechter
De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsverhouding op grond van de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst:
- De werker is lange tijd, vanaf 2010, voor het bedrijf werkzaam en zijn werkdagen zijn op verzoek van het bedrijf uitgebreid van twee naar vier dagen;
- De werkzaamheden van de werker vormen een belangrijk onderdeel van de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf;
- De werker heeft een eigen werkplek in de fabriekshal van het bedrijf en hij is gebonden aan de openingstijden van de fabriekshal;
- Er wordt voor de werkzaamheden gebruikgemaakt van de machines en gereedschappen van het bedrijf en tijdens de werkzaamheden draagt de werker bedrijfskleding;
- Hoewel er wel een theoretische mogelijkheid toe was, is er niet gebleken van een situatie waarin de werker zich heeft (kunnen) laten vervangen;
- De werkzaamheden komen voort uit opdrachten die het bedrijf van derden ontvangt. De werker ontvangt zelf geen opdrachten van derden;
- De werker doet mee met de gebruikelijke sociale activiteiten, zoals het dagelijks gezamenlijk koffiedrinken voorafgaand aan het starten van de werkzaamheden. Hiermee is niet enkel het werk maar ook de werker zelf ingebed in de organisatie.
Dat de werker volgens het bedrijf zou werken op een ingekaderde plek, los van de werknemers en er geen verplichting zou zijn tot het dragen van bedrijfskleding maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders. Ook de inschrijving bij de Kamer van Koophandel acht de kantonrechter niet doorslaggevend voor de beoordeling van de arbeidsrelatie. Er is dus sprake van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter kan echter nog niet worden beoordelen of sprake is geweest van een ontslag op staande voet en die beslissing wordt dan ook aangehouden.
Belang voor de praktijk
Gezien de feiten en omstandigheden is het oordeel van de kantonrechter goed te volgen. De kantonrechter loopt de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest gestructureerd na en bevestigt onder andere dat een theoretische mogelijkheid tot vervanging en een KvK-inschrijving geen doorslaggevende factoren zijn voor een opdrachtovereenkomst. Het voornaamste punt voor het kwalificeren van de arbeidsverhouding als een dienstbetrekking in deze kwestie is dat zowel het werk als de persoon is ingebed in de organisatie. Voor de beoordeling dat de persoon is ingebed in de organisatie was relevant dat de werker meedeed aan de gebruikelijke sociale activiteiten als gezamenlijk koffiedrinken. Hoewel het wat ver gaat om aparte koffiemomenten te plannen voor werknemers en zelfstandigen, is het voor opdrachtgevers van belang om zich te realiseren dat dergelijke omstandigheden een rol kunnen spelen bij de kwalificatie. Wij adviseren u hier graag over.