De Nederlandsche Bank (DNB) verkeerde lange tijd in de voor haar comfortabele positie dat zij was uitgezonderd van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de voorganger van de Wet open overheid (Woo). Door de ruime formulering van de uitzonderingsbepaling, viel zowel vertrouwelijke als niet-vertrouwelijke informatie van DNB buiten het bereik van de Wob. Met de Woo is dat veranderd. Er geldt geen generieke uitzonderingspositie meer voor DNB. De vraag is alleen, hoeveel verandert er nu daadwerkelijk?
Leon en Minke bespreken deze vraag in hun noot bij de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 december 2025 voor het tijdschrift Jurisprudentie Onderneming & Recht. De uitspraak gaat over een Woo-verzoek van Het Financieele Dagblad aan DNB om documenten over cryptoaanbieder Bitvavo.
DNB als b-orgaan onder de Woo
Allereerst is DNB een privaatrechtelijke rechtspersoon met een wettelijke taak (in bestuursrechtelijke termen een zogenoemd b-orgaan) en niet een publiekrechtelijke rechtspersoon (zoals de Staat of de gemeenten). DNB valt daardoor alleen onder de Woo voor zover zij openbaar gezag uitoefent.
Toezichtsvertrouwelijke informatie blijft buiten bereik van de Woo
Daarnaast is de Woo niet van toepassing op toezichtsvertrouwelijke informatie. Artikel 8.8 Woo bepaalt dat de wettelijke bepalingen voor openbaarmaking op verzoek niet gelden voor informatie waarvoor een in de bijlage bij de Woo genoemde wettelijke bepaling geldt. Voor DNB gaat het onder meer om de geheimhoudingsbepalingen uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de Sanctiewet 1977.
Wat valt onder toezichtsvertrouwelijke informatie?
In deze zaak weigerde DNB een deel van de gevraagde informatie openbaar te maken. Volgens DNB was sprake van toezichtsvertrouwelijke informatie.
Het FD stelde dat slechts sprake kan zijn van toezichtsvertrouwelijke informatie als DNB die informatie verkrijgt of ontvangt uit hoofde van haar wettelijke taak. Volgens het FD vallen documenten die DNB zelf verzamelt of opstelt daar niet onder. Het FD baseerde zich daarbij op de tekst van artikel 1:89 Wft en artikel 22 Wwft, waarin wordt gesproken over vertrouwelijke gegevens die zijn “verstrekt of verkregen” respectievelijk “ontvangen of verkregen”.
De rechtbank volgt deze letterlijke wetsuitleg niet. Uit de wetsgeschiedenis maakt de rechtbank op dat de wetgever beoogt alle vertrouwelijke gegevens te beschermen die door de toezichthouder in het kader van zijn taak zijn vergaard. Dat kan volgens de rechtbank ook betrekking hebben op informatie die DNB zelf verzamelt of genereert.
En wat valt dan precies onder toezichtsvertrouwelijke informatie? De rechtbank betrekt bij die vraag het Baumeister-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Uit dat arrest volgt dat van vertrouwelijke gegevens pas sprake is als de gegevens niet openbaar zijn en openbaarmaking afbreuk dreigt te doen aan de belangen van degene die de informatie heeft verstrekt, aan de belangen van derden of aan de goede werking van het toezichtstelsel. Daarbij kan ook informatie over toezichtmethoden en toezichtstrategieën vertrouwelijk zijn.
Toepassing op de documenten
De rechtbank past dit kader vervolgens toe op twee documenten waarover het FD en DNB van mening verschilden.
Het eerste document bevatte een spreeklijn voor DNB bij mediaverzoeken over recente ontwikkelingen in de cryptomarkt. Dat document bevatte geen gegevens over individuele ondernemingen en ook geen concrete informatie over door DNB gehanteerde toezichtmethoden of toezichtstrategieën. Het viel daarom niet onder toezichtsvertrouwelijke informatie en de Woo was dus van toepassing. Dat betekende niet dat het document volledig openbaar moest worden gemaakt, een passage mocht buiten de openbaarheid blijven omdat het gaat om persoonlijke beleidsopvatting voor intern beraad.
Bij het tweede document kwam de rechtbank tot een andere uitkomst. Het ging om interne e-mails over een onder toezicht staande cryptoaanbieder. Die e-mails boden inzicht in de wijze waarop DNB toezicht houdt. De rechtbank oordeelde daarom dat sprake was van toezichtsvertrouwelijke informatie in de zin van het Baumeister-arrest. De Woo is daarom op dat document niet van toepassing.
Wat betekent dit?
De uitspraak laat zien dat de afschaffing van de generieke uitzonderingspositie van DNB onder de Woo niet betekent dat toezichtinformatie nu op verzoek zonder meer openbaar wordt.
Tegelijkertijd kan DNB niet volstaan met een algemene verwijzing naar haar toezichttaak. Per document moet zij beoordelen of de informatie daadwerkelijk onder een bijzondere geheimhoudingsbepaling valt. Is dat niet zo, dan is de Woo van toepassing en moet DNB concreet motiveren of een Woo-uitzonderingsgrond openbaarmaking verhindert.
Een ander vraagstuk is welke rechtbank bevoegd is om over Woo-besluiten van DNB te oordelen: de economische bestuursrechter in Rotterdam of de algemene Woo-rechter in Amsterdam? Opmerkelijk genoeg achten beide rechters zichzelf bevoegd. Dit bespreken wij meer uitgebreid in onze noot.