AI ontwikkelt zich razendsnel. Interne AI tools worden geïmplementeerd en ingezet voor een breed scala aan taken. Denk aan het reviewen van documenten, het beoordelen van collega’s, het signaleren van mogelijke risico’s of het simpelweg opstellen van teksten.
Maar AI gaat inmiddels verder dan een efficiëntieslag. Het groeit uit tot een adviseur bij het nemen van kernbeslissingen. Deze ontwikkeling roept fundamentele vragen op, welke onze cliënten steeds vaker aan ons voorleggen.
Gegronde vragen die moeten worden beantwoord
Valt ons gebruik van AI onder de AI Verordening? En zo ja, aan welke verplichtingen moeten wij voldoen? Mogen wij alle gegevens zomaar in een AI-systeem invoeren? Zijn de uitkomsten van AI-systeem voldoende uitlegbaar? En wie is verantwoordelijk als een AI-systeem een fout maakt?
Deze vragen vloeien voort uit nieuwe wetgeving, zoals de AI-verordening, maar ook uit bestaande regels op het gebied van privacy, cybersecurity, consumentenbescherming en arbeidsrecht. AI-gebruik kent dus duidelijke juridische kaders. Organisaties moeten daarom de risico’s zorgvuldig in kaart brengen en waar nodig nadenken over passende maatregelen.
Vragen die de hele organisatie raken
Veel organisaties zoeken niet alleen naar technische mogelijkheden maar ook naar zekerheid. Welke toepassingen zijn van meerwaarde? Welke risico’s vragen aandacht?
Juist op dit punt ondersteunen wij onze cliënten. Door kennis van technologie te combineren met inzicht in de praktische toepassing binnen specifieke sectoren, helpen wij bestaande en nieuwe cliënten bij het verantwoord en effectief inzetten van AI.