Rust op de verzekeraar een precontractuele waarschuwingsplicht?
Een verzekeringnemer heeft in 2013 zelf een aantal verzekeringen afgesloten bij de verzekeraar onder de naam ‘Zekerheidspakket Bouw’. Daarvoor heeft hij een aanvraagformulier ingevuld waarbij hij bij de optie beroep/ bedrijf/ activiteiten heeft aangevinkt ‘Timmerbedrijf’. Hierna is het veld automatisch aangevuld met ‘Bouwen/ onderhouden van houten vloeren, wanden, plafonds, trappen, dakconstructies, kozijnen, deuren en/of ramen’.
Verzekeringnemer heeft in 2014 en 2015 graaf- en sloopwerkzaamheden verricht aan een woning. Verzekeringnemer is vervolgens door de buren aansprakelijk gesteld voor schade die bij de uitvoering van deze werkzaamheden is ontstaan. Verzekeringnemer heeft onder zijn aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB) een schademelding gedaan. De verzekeraar heeft de melding niet in behandeling genomen, omdat de werkzaamheden die tot de schade hebben geleid volgens haar niet onder de dekking van de AVB vallen omdat niet was gehandeld binnen de hoedanigheid waarvoor de verzekering was afgesloten.
De verzekeringnemer heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat de verzekeraar haar zorgplicht heeft geschonden door bij de totstandkoming van de AVB niet na te gaan of de gekozen hoedanigheid ook alle werkzaamheden van de verzekeringnemer omvatte. Het hof overweegt dat de verzekeringnemer in dit geval zelf heeft aangevinkt dat hij een timmerbedrijf had. Daarna is voor de verzekeringnemer kenbaar ingevuld waaruit de werkzaamheden van een timmerbedrijf volgens de verzekeraar bestonden. Ook is op de polis aangegeven als dekking ‘de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor een gedraging van de verzekerde in de uitoefening van het beroep, het bedrijf of de activiteit’. Volgens het hof vloeit hier geen precontractuele zorgplicht uit voort om na te gaan of de gekozen hoedanigheid van Timmerbedrijf alle werkzaamheden van de verzekeringnemer omvatte. Ook wijst het hof er nog op dat van de verzekeringnemer ook enige inspanning gevergd mag worden en dat hij zo nodig zelf bijstand kan zoeken. Dit geldt volgens het hof temeer nu de verzekeringnemer als bedrijf een zakelijke verzekering aanging.
Deze uitspraak laat opnieuw zien dat het antwoord of op de verzekeraar een zorgplicht rust, afhangt van de specifieke omstandigheden van het geval. Over het algemeen geldt dat er voor een verzekeraar eerder een zorgplicht kan zijn als er geen assurantietussenpersoon is en er direct bij de verzekeraar een verzekering wordt afgesloten. Deze uitspraak laat echter zien dat ook in dat geval de zorgplicht niet al te snel in beeld komt en er in ieder geval enige inspanning van de verzekeringnemer mag worden verwacht en dat van deze verzekeringnemer, zeker als sprake is van een zakelijke verzekering, in sommige situaties zelfs verwacht mag worden dat deze bijstand zoekt en niet achteraf met de vinger naar de verzekeraar kan wijzen als hij/zij dat niet gedaan heeft en daardoor bijvoorbeeld mogelijk iets niet helemaal goed begrepen heeft.
Deze teaser is geschreven door Sanne Schauwaert
Om de uitspraak te lezen klik hier.