Wanneer is een ziekenhuis aansprakelijk voor een COVID-19-besmetting opgelopen op de werkvloer?
Een verpleegkundige stelt haar werkgever, een ziekenhuis, aansprakelijk voor de schade die zij oploopt door een COVID-19-besmetting op het werk. Ze vindt dat het ziekenhuis onvoldoende beschermingsmaatregelen neemt en daarmee zijn zorgplicht schendt. De kantonrechter wijst haar vordering af.
De verpleegkundige werkt sinds 2013 op de afdeling neurologie-neurochirurgie. In januari 2021 breekt daar COVID-19 uit. Op 2 februari krijgt ze klachten en test ze positief. Sindsdien kampt ze met langdurige gezondheidsproblemen (long COVID). Ze stelt dat ze tijdens haar werk besmet is geraakt, omdat ze nauw contact had met besmette patiënten en onvoldoende beschermd werd.
Het ziekenhuis ontkent aansprakelijkheid en stelt dat het alle noodzakelijke maatregelen heeft genomen. Er waren hygiëneprotocollen, looproutes, beschermingsmiddelen en een lokaal Outbreak Management Team.
De rechter acht het aannemelijk dat de verpleegkundige tijdens haar werk besmet is geraakt. Toch betekent dit niet automatisch dat het ziekenhuis zijn zorgplicht heeft geschonden. Hoewel de verpleegkundige kritiek heeft op het testbeleid, het gebruik van oogbescherming bij aerosolvormende handelingen en het gebruik van FFP2-maskers, vindt de rechter deze verwijten onvoldoende om een zorgplichtschending vast te stellen. De rechtbank concludeert dat het ziekenhuis heeft gehandeld volgens de op dat moment geldende inzichten, adviezen en richtlijnen.
Deze zaak onderstreept dat werkgevers niet automatisch aansprakelijk zijn voor een besmetting op de werkvloer. Volgens artikel 7:658 BW moeten werkgevers hun zorgplicht nakomen, maar ze hoeven geen absolute veiligheid te garanderen—ook niet in crisistijd. Het belangrijkste is dat ze handelen conform de destijds geldende adviezen en richtlijnen
Deze teaser is geschreven door Rosanne Snoek
Om de uitspraak te lezen klik hier.